De laatste 20 kilometer: waarom de Ronde in Oudenaarde wordt beslist

De Ronde van Vlaanderen is een wedstrijd waarin bijna driehonderd kilometer lang wordt gewacht op het moment waarop alles samenkomt. Renners racen over de kasseien, trotseren tientallen hellingen en proberen ondertussen hun krachten te sparen. Maar wanneer de koers Oudenaarde nadert, is van sparen nauwelijks nog sprake. In de laatste twintig kilometer wordt duidelijk wie nog iets over heeft en wie alleen nog maar probeert te overleven.

De Oude Kwaremont: de laatste grote test

Wie de laatste twintig kilometer van de Ronde wil begrijpen, moet beginnen bij de Oude Kwaremont. De klim is 2,2 kilometer lang, heeft een gemiddeld stijgingspercentage van ongeveer vier procent en piekt tot 11,6 procent. Dat klinkt op papier minder indrukwekkend dan sommige steilere hellingen in de Vlaamse Ardennen, maar toch is de Oude Kwaremont een van de belangrijkste plekken van de hele wedstrijd. Renners moeten er alles uit de kan halen op een combinatie van kasseien en een stijgende weg. Bovendien komt die inspanning nadat de koers al meer dan 260 kilometer onderweg is. De benen zijn vermoeid, de reserves zijn klein en een versnelling die aan het begin van de koers nauwelijks verschil zou maken, kan hier plots beslissend zijn.

Voor de favorieten is het daarom niet alleen de vraag óf ze moeten aanvallen, maar vooral wanneer. Wie te vroeg voluit gaat, riskeert zichzelf op te blazen. Wie te lang wacht, kan achter een concurrent terechtkomen die op de juiste plaats zijn beslissende versnelling plaatst. Wanneer supporters de koers live volgen én tegelijk inzetten op de winnaar is het bij Sportaza sportweddenschappen alle hens aan dek.

De Oude Kwaremont is bovendien een plek waar ploegentactiek een rol kan spelen. Een renner die eerder in de koers ploeggenoten voorop heeft gestuurd, kan hen gebruiken om de finale voor te bereiden. Een sterke ploeg kan het tempo al vóór de klim hoog leggen, waardoor concurrenten minder makkelijk kunnen reageren. Wanneer de favorieten vervolgens aan de voet van de Oude Kwaremont komen, is de vraag hoeveel ploeggenoten er nog naast hen rijden.

2026 liet opnieuw zien hoe beslissend dit moment kan zijn. Tadej Pogačar plaatste zijn ultieme aanval bij de laatste passage op de Oude Kwaremont en reed daarmee Mathieu van der Poel definitief uit het wiel.

De Paterberg: kort, steil en meedogenloos

Na de Oude Kwaremont krijgen de renners nauwelijks tijd om te herstellen. De Paterberg wacht. De klim is slechts 360 meter lang, maar het gemiddelde stijgingspercentage bedraagt 12,9 procent en de steilste stroken lopen op tot 20,3 procent. De top ligt op 13,2 kilometer van de aankomst in Oudenaarde.

Op een lange klim kun je soms nog een ritme zoeken. Op de Paterberg is daar nauwelijks tijd voor. Het is een explosie. Wie nog goede benen heeft, kan in enkele tientallen seconden een gat slaan. Wie vermoeid is, ziet een tegenstander even snel verdwijnen.

Dat maakt de Paterberg tot een soort laatste examen. Op de Oude Kwaremont kan een renner nog proberen te bluffen, een aanval controleren of het tempo van een concurrent volgen. Op de Paterberg wordt dat moeilijker. De helling legt genadeloos bloot wie nog energie over heeft.

De laatste dertien kilometer naar Oudenaarde

Na de Paterberg lijkt de zwaarste opdracht achter de rug. De grote hellingen zijn voorbij en de weg richting Oudenaarde is grotendeels vlak. Maar voor een renner die alleen voorop rijdt, is dertien kilometer een lange weg. Een soloaanvaller moet op dat moment een moeilijke berekening maken. Hoe groot is zijn voorsprong? Hoeveel kracht heeft hij nog? Werken de achtervolgers samen? En hoeveel risico wil hij nemen?

De situatie is helemaal anders wanneer twee of drie renners samen over de Paterberg komen. Dan begint een tweede wedstrijd. De renners moeten beslissen of ze samenwerken om de achtervolgers op afstand te houden, of proberen hun concurrenten uit te putten met aanvallen. Een renner met een snelle sprint kan er bijvoorbeeld belang bij hebben om tempo te blijven maken en de finish af te wachten. Een renner die minder snel is, zal eerder proberen alleen weg te rijden.

De weg naar Oudenaarde is met andere woorden een tactisch schaakspel.

En dan is er Oudenaarde zelf. De finish ligt in de Minderbroedersstraat, waar de mannen na ongeveer 278 kilometer aankomen. De stad vormt het logische eindpunt van de Ronde. De zwaarste hellingen liggen achter de rug, maar de winnaar is nog niet noodzakelijk bekend. Daardoor kan de finale verschillende gezichten krijgen: een lange solo, een duel tussen twee favorieten of een kleine groep die op de brede Minderbroedersstraat om de overwinning sprint.

Oudenaarde is al jarenlang nauw verbonden met de Ronde. De stad is niet alleen de aankomstplaats, maar vormt het hart van de Rondebeleving in de Vlaamse Ardennen. De officiële organisatie noemt Oudenaarde dan ook het epicentrum van de Ronde. De stad is het eindpunt van een koers die zich honderden kilometers eerder heeft opgebouwd, maar waarvan de ontknoping zich in enkele minuten kan afspelen. Dat is precies waarom de Ronde van Vlaanderen hier zo goed tot haar recht komt: de zwaarste inspanningen zijn achter de rug, maar tot aan de finish blijft alles mogelijk.

Terug naar alle berichten